“Mensen doen schitteren”, de nota over de onderwijshervorming, is een feit en cultuureducatie krijgt een volwaardige benoeming. Op papier lijkt dit wel allemaal mooi, maar wat moet er in de praktijk gebeuren? De huidige leerkrachten en die in spe kunnen de minister een handje toesteken door hun mening te geven over een praktijkgericht kunst- en cultuurplan. Nadien is de minister op zijn beurt weer aan zet door met de tips en visies aan de slag te gaan.

Het onderwijs in Vlaanderen behoort tot de top van de wereld en daar mogen we terecht fier op zijn, maar om die positie te behouden, moeten we vooruit. Daarom heeft minister Smet zijn oriëntatienota voor het Vlaamse onderwijs alvast uitgeschreven en het staat duidelijk zwart op wit: kunst en cultuur moeten een centralere rol krijgen. Die woorden heeft hij midden april op de CANON Cultuurdagen nogmaals onderstreept. Hoe dat dan effectief in zijn werk zal gaan, is nog niet duidelijk. Wel kunnen wij ervan op aan dat wanneer de Vlaamse onderwijsrevolutie uitbreekt de KHLim zijn sterkste cultuurtroepen zal inzetten, want wie kunst en cultuur wil overbrengen aan leerlingen en studenten moet zelf een actieve cultuurparticipant zijn.

Dat de KHLim heel wat kunst- en cultuurtalent in huis heeft, is al vaker bewezen. Afgelopen jaar nog heeft  Jan Swerts, docent pav en bavata, een uitzonderlijke viersterrenaanduiding gekregen van het weekblad Humo voor zijn cd “Weg”. De zanger en minimalistische pianist bewijst daarmee niet alleen dat de KHLim heel wat begaafde mensen in haar ploeg heeft zitten, maar ook dat cultuurbeleving, zelfs op een semiprofessioneel niveau, perfect te combineren valt met een voltijdse job als leerkracht en dat kan de leerlingen enkel ten goede komen wanneer cultuureducatie een volwaardig vak wordt. Natuurlijk is Jan Swerts niet het enige geheime wapen van onze hogeschool, de school zit vol met wegbereiders met een aanzienlijke status buiten de campus, een rugzak vol ervaring en een uitgesproken mening over kunst en cultuur in het onderwijs.

Een van die actieve cultuurparticipanten is Daniël Vandersmissen, binnen de schoolmuren is hij docent po en pkv, buiten de KHLim is hij vooral bekend onder zijn kunstenaarsalterego Dan Yapungku. Hij tracht vooral digitaal en virtueel installaties en performances in een omgeving te brengen. Met zijn kunst streeft hij noch een doel – het maken van het kunstwerk is het doel op zich – noch bekendheid na – ook al heeft hij die wel verworven – want kunst is voor hem als de milieuproblemen: wie ze oplost is van geen belang, zolang ze maar opgelost worden. De kunstenaar in hem spreekt over kunst als zuurstof, zonder zuurstof geen leven. Vooral in het onderwijs, want dat is de kunst van leven en het over-leven. Zijn tip voor de toekomstige leerkrachten is simpel, maar krachtig en direct: gewoon doen en niet omkijken.

Voor een tweede, iets gematigdere mening over de aanpak van het cultuurbeleid in het middelbaar onderwijs moeten wij bij Annemarie Renwart zijn. Zij is docente Nederlands aan de KHLim en draagt kunstbeleving hoog in het vaandel. Zelf is ze zowel passief als actief dagdagelijks bezig met kunst en cultuur. Ze gaat wekelijks kijken naar tal van voorstellingen, ze speelt zelf toneel en haar grootste en actiefste bezigheid is het voorbereiden van de zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten, de feesten die het leven van Christus en Maria in een hedendaags daglicht willen plaatsen. Zij weet als geen ander hoeveel voldoening er te halen valt uit het werken met mensen omtrent een kunstzinnig project. Voor haar moet het fantastische gevoel van duizenden enthousiaste vrijwilligers tot een geheel te zien groeien ook mogelijk zijn in een klas- of schoolgroep, maar dan moeten leerlingen hierop voorbereid worden. Volgens haar moeten leerlingen in de eerste graad kansen gegeven worden, in de tweede graad moeten zij de kunsttalen leren kennen en het belangrijkste aspect van kunst, het sociale engagement, wordt hen duidelijk gemaakt in de derde graad. De leerkrachten spelen hier een belangrijke rol in: zij moeten zelf actief en passief deelnemen aan cultuur en hun passie doorgeven zonder vrees.

Kortom, er is nog heel wat werk aan de winkel. De ideeën omtrent een goed cultuurbeleid zijn voldoende aanwezig bij de huidige en toekomstige leerkrachten, maar er moet naar geluisterd worden. De bal ligt nu weer in het kamp van minister Smet.

Niels Sacré

Advertenties