Sociale netwerksites zijn de laatste jaren aan een ware opmars bezig. Ontelbaar veel volwassenen en adolescenten geven hun persoonlijke informatie zomaar vrij op het internet. De drempel om die informatie te delen, ligt opmerkelijk lager dan pakweg tien jaar geleden. Wie tegenwoordig niet in het bezit is van zo een online identiteitskaart wordt vreemd bekeken. Veel mensen nemen daarom deel aan de nieuwe hype wegens een hoge ‘peer pressure’, groepsdruk dus.

Degenen die het meest vatbaar zijn en het meest naar buiten komen met de nieuwe trends, zijn jongeren van twaalf tot achttien jaar. Laat dat nu net de leeftijd zijn waarop jongeren naar de secundaire school gaan. Dagelijks worden ze er geconfronteerd met allerlei vormen van media, maar ook thuis blijken het internet en andere media tot de favoriete bezigheden van onze jongeren te behoren. Scholen besteden daarom aandacht aan het bewustmaken van de soms bedrieglijke kant van reclame en het juist omgaan met apparatuur en andere vormen van media. Wil dat nu ook zeggen dat scholen met een innovatieve visie op onderwijs de sociale netwerksites in hun werkwijze moeten betrekken? Met andere woorden, kunnen netwerksites, meer specifiek Facebook, integraal toegepast worden in het dagdagelijkse onderwijs?

Het antwoord op die vraag is niet eenvoudig te geven. Zoals bij elk onderwerp dat een verandering op welk gebied dan ook inhoudt, zijn er voor- en tegenstanders. Uit een afgenomen enquête over dit onderwerp blijkt dat de leerlingen de grootste voorstanders zijn van de integratie van de netwerksites. De tegenstanders, op enkele positieve reacties na, zijn alom aanwezig in het lerarenkorps. Niet zo opmerkelijk is dat de leraren die er zich het ergst tegen keren, ook diegenen zijn die het minst gebruik maken van media zoals smartschool. Ze verkiezen de ‘verouderde’ methode om leerlingen hun huistaken en toetsen mee te delen aan het einde van de les door hen dat te laten opschrijven in hun agenda. Bij de vraag waarom zij geen mogelijkheden zien in Facebook, antwoordt het merendeel dat zo’n site onder privézaken hoort en dat de school zowel hun privé als die van leerlingen niet bij het lesgeven mag betrekken. De school kan volgens hen innoverend genoeg zijn, zonder deel te nemen aan elke grote trend die gezet wordt.

Aan de keerzijde van de medaille zijn er leerkrachten die meer openstaan voor het gebruik van Facebook in schoolse activiteiten. Zij begrijpen de visie om het sociale netwerk erbij te betrekken. Meestal omdat zij gebruik maken van bijvoorbeeld Smartschool tijdens hun lessen of er buiten. Het probleem waar zij het meest mee geconfronteerd worden, is dat leerlingen hun account niet vaak genoeg bekijken. Opkomende taken of memo’s worden daarop geplaatst, maar er zijn altijd leerlingen waar de boodschap niet op tijd aangekomen is. De leerkrachten zijn van mening dat zo’n probleem verholpen zou kunnen worden door Facebook als een bijkomende bron van mededelingen te gebruiken. Uit de enquête bleek immers dat de meeste leerlingen die gebruik maken van Facebook ook minstens één keer per dag hun account doornemen. De communicatie tussen leerkracht enerzijds en zijn leerlingen anderzijds zou volgens de voorstanders drastisch kunnen verbeteren.

Toch willen ze het daarbij houden en niet verder gaan. Ze zijn ook gesteld op hun privéleven en leerlingen zouden ze liever op een afstandje houden. Ze zouden Facebook dus niet gebruiken voor louter amusement of om een betere band met hun leerlingen te ontwikkelen. Er moet een apart account gemaakt worden waarmee de leerkracht zijn leerlingen kan bereiken. De leerkracht mag immers niet beschouwd worden als een vriend, wel als een vertrouwenspersoon die zijn leerlingen iets probeert bij te brengen in een schoolse context.

Uit de bevraging of Facebook de nieuwe Smartschool kan worden, blijkt dat we nog een tijdje zullen moeten wachten op een omslag in het onderwijssysteem. De leerkrachten houden het over het algemeen liever bij hun huidige systeem waarbij ze Smartschool gebruiken. In de eerste plaats worden leerlingen op die manier toch gestimuleerd om media te gebruiken op een nuttige manier. Ook kunnen ze schoolse informatie gemakkelijk terugvinden op één specifieke plaats. Bovendien kan er doelgericht gezocht worden op de site zonder afgeleid te worden door allerhande weetjes die niets met de lessen te maken hebben, zoals op Facebook wel het geval zou zijn. Wanneer er een aparte leerlingenaccount aangemaakt zou worden op de sociale netwerksite, zou er natuurlijk opnieuw hetzelfde probleem ontstaan als bij Smartschool. Leerlingen raadplegen hun account niet vaak genoeg waardoor informatie hen dikwijls te laat bereikt. Facebook zal in de nabije toekomst Smartschool niet kunnen vervangen. In het beste geval worden leerlingen iets meer gesensibiliseerd t.o.v. de voordelen van Smartschool.

Nele Nevelsteen

Advertenties