Het vak ‘religie, zingeving en levensbeschouwing’  of kortweg ‘RZL’ zorgt voor heel wat verdeelde reacties. Enerzijds heb je enkele tweedejaarsstudenten van de KHLim die het belang van het vak in vraag stellen. Dat blijkt uit een enquête over RZL. Anderzijds heb je een gemotiveerde docent, Johan Ardui. In een interview geeft hij zijn liefde voor
‘zijn vak’ bloot. Absoluut! ging een kijkje nemen achter de schermen van het vak RZL en stelde meteen iets merkwaardigs vast…

Enkele tweedejaarsstudenten werden onderworpen aan een aantal vragen over het vak RZL . Opmerkelijk is dat de meeste resultaten niet uiteenlopend zijn. Zo vinden acht van de tien ondervraagde studenten dat RZL geen belangrijk aandeel heeft in de lerarenopleiding. De saaie leerstof en de niet verplichte aanwezigheid spelen daarin een grote rol. Ook vindt meer dan de helft van de studenten dat het vak hen niets bijbrengt dat ze effectief kunnen gebruiken in de toekomst. Twee studenten durven wel toegeven dat ze het vak respecteren, omdat RZL in een katholieke school thuishoort. Toch geeft merendeel de voorkeur aan twee vrije uren in plaats van de niet verplichte les te volgen. Uit de enquête kan je dus vaststellen dat de tweedejaarsstudenten RZL niet zouden missen. Deze vaststelling moet je echter met een korreltje zout nemen, omdat de enquête geen objectieve resultaten weergeeft door het aantal ondervraagden, maar het geeft wel een voorzichtige tendens.

Ook Johan Ardui, docent van het vak RZL aan de KHLim, werd voor de leeuwen geworpen. Uit het interview met hem bleek meteen dat er een andere visie aan de orde is. Hij vindt dat het vak een meerwaarde biedt aan het lessenpakket van de studenten. Zo handelen de lessen over de pedagogische kracht van het christendom en zijn daarom een must voor elke leraar in spe. Hij verduidelijkt dit met een krachtige uitspraak: “Het christendom is uniek in haar humaniserende boodschap en verdient bijgevolg een plaats in het vormingsproces van een leraar.” Toch bekoort deze uitspraak niet veel studenten en blijven ze vaak weg uit de lessen. Volgens Johan Ardui heeft dat te maken met de leerplicht, die maar geldt tot achttien jaar.  Hieraan voegt hij persoonlijk toe: “Als docent neem ik geen absenties, omdat ik reken op de verantwoordelijkheid van de student. Ik weet echter dat niet iedere student zijn verantwoordelijkheid opneemt.” Johan Ardui weet dat zijn vak botst op wat weerstand, maar keurt dit niet af. “Een vak moet tegen een stootje kunnen, want pas dan leren studenten iets. Een populair vak dat helemaal in de lijn ligt van de leefwereld van de huidige generatie kan zichzelf overbodig maken.”
De docent moedigt dus met andere woorden de belangstelling voor zijn vak aan.

Kortom, het vak RZL is gewikt en gewogen vanuit twee verschillende posities en levert dan ook twee andere perspectieven op. Enerzijds heb je enkele studenten van het tweede jaar die het nut van het vak nauwelijks inzien. Ze zouden als het ware RZL naar de hel sturen. Anderzijds heb je een enthousiaste docent, Johan Ardui, die het belang van zijn vak in een katholieke school onderstreept. Hij prijst RZL dus de hemel in.
De hemel of de hel van RZL? Jij kiest!

Anneleen Meykens

Advertenties